UA-69269769-1

AMEDEA

Consultatie, onderwijs en bij- en nascholing in de filosofie en ethiek van de zorg, geneeskunde en psychiatrie

Welkom op de website van Amedea


Op deze startpagina post ik -ter leering ende vermaeck- kritische aantekeningen bij actuele en minder actuele gebeurtenissen, publicaties of debatten die betrekking hebben op ethiek, filosofie, zorg en/of psychiatrie. Reacties welkom! Kijkt u vooral ook verder op de site, bij het aanbod bijvoorbeeld of de thema's.  


13.07.2016

De drie grootste misverstanden over wilsbekwaamheid

#1 Wilsbekwaamheid moet je vermelden in je behandelplan.
#2 Bij wilsonbekwaamheid moet je, als dokter zijnde, wat doen. 
#3 Iemand die een mentor heeft of onder curatele staat is wilsonbekwaam. 

#1 Wilsbekwaamheid moet je vermelden in je behandelplan.

Nee, dit is niet nodig, sterker nog, het is beter van niet. De wetgever stelt alleen maar dat als je als arts geïnformeerde toestemming wilt verkrijgen van een patiënt voor een bepaalde behandeling, dat de patiënt dan wilsbekwaam moet zijn. Anders kan deze de geïnformeerde toestemming niet geven. Maar dat betekent niet dat je dus altijd expliciet de wilsbekwaamheid moet toetsen, dat zou onbegonnen werk zijn. Huisartsen bijvoorbeeld werken daarom met een begrip als ‘presumed consent’: als iemand hoest en naar de dokter gaat om een middeltje daartegen, dan hoef je niet nog eens een wilsbekwaamheidsbeoordeling op antibiotica-gebruik uit te voeren (je moet overigens wel de patiënt informeren over de bijwerkingen, zodat als die te fors zouden zijn, de patient in theorie alsnog kan weigeren, of bijvoorbeeld om een ander kan vragen, het “geïnformeerde” uit de geïnformeerde toestemming).
In de literatuur wordt uitgegaan van het principe dat er wilsbekwaamheid is, tenzij het tegendeel is bewezen. Je hoeft ook alleen een expliciete wilsbekwaamheidsbeoordeling te doen, als er aanwijzingen zijn voor wilsonbekwaamheid. Het overgrote deel van de inschattingen van de wilsbekwaamheid gebeurd dus impliciet. Dat is ook voldoende, zo blijkt uit literatuur en jurisprudentie. Let wel, wilsonbekwaamheid moet je altijd wel vermelden in je behandelplan, net als de onderbouwing van je wilsbekwaamheidsoordeel, conform de richtlijn. En als je persé wilt vast leggen dat iemand echt wilsbekwaam was (bijvoorbeeld bij behandelweigeringen, of hoog-risico-interventies) dan moet dat ook gepaard gaan met een goede onderbouwing. Je kunt maar beter niks over de wilsbekwaamheid zeggen (en dus wilsbekwaamheid veronderstellen op basis van een impliciete inschatting), dan dat je slecht/niet onderbouwd een wils(on)bekwaamheidsoordeel vastlegt in je behandelplan.
 
#2 Bij wilsonbekwaamheid moet je, als dokter zijnde, wat doen.

Nee, dat hoeft niet. Als er geen medische noodzaak is, zoals bijvoorbeeld bij een borstvergroting, en je patiënt is niet wilsbekwaam, dan doe je gewoon niks. Het enige dat de wilsonbekwaamheid in zo’n geval betekent is dat je als arts de vereiste geïnformeerde toestemming niet kan verkrijgen van je patiënt. Hetzelfde geldt bij een bijzondere handeling als euthanasie: is patiënt evident wilsonbekwaam, dan gaat de procedure verder niet door. 
Vind je echter als dokter dat zorg nodig is (en dan heb ik het over medische behandeling conform de stand van het vak) dan zul je, als de patiënt zelf de geïnformeerde toestemming niet kan geven, een plaatsvervanger moeten vinden. Dat is dan een mentor of een curator, of iemand die in een schriftelijke verklaring is aangewezen door de patiënt, of anders een partner, een ouder, een kind of een andere naaste. Deze kan plaatsvervangende geïnformeerde toestemming geven. Echter: verzet de patiënt zich, dan dient dit gehonoreerd worden. Er is onder de WGBO één uitzondering mogelijk, namelijk als er sprake is van ernstig (somatisch) nadeel: dan kan ook bij een zich verzettende wilsonbekwame patiënt met plaatsvervangende toestemming gehandeld worden. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij depot-anticonceptie bij mensen met een laag IQ. De richtlijnen over de betreffende onderwerpen geven houvast over hoe te handelen, in welke volgorde en met welke verslaglegging.
Als er een acute situatie speelt, waarin de wilsbekwaamheid onduidelijk is, dan moet de wilsbekwaamheidskwestie even opzij geschoven worden en moet conform goed hulpverlenerschap gehandeld worden. Is de situatie weer stabiel, dan kan alsnog de juridische en ethische kadering bekeken worden. Speelt er gevaar bij een psychiatrische patiënt, dan is er de BOPZ. 
 
#3 Iemand die een mentor heeft of onder curatele staat is wilsonbekwaam. 

Nee, iemand die onder curatele staat is handelingsonbekwaam. Iemand die een mentor heeft, en ook iemand die onder curatele staat, heeft een persoon ter beschikking die door de kantonrechter is aangewezen om hem/haar te helpen bij ingewikkelde beslissingen. Dat betekent dat een mentor of curator wel (tot op zekere hoogte) geïnformeerd moet worden bij medische beslissingen. Maar als de patiënt wilsbekwaam is ter zake een bepaalde medische beslissing die voorligt, dan kan de patiënt gewoon zelf beslissen. Enkel in het geval van wilsonbekwaamheid (onderbouwd en vastgelegd in het dossier), moet de mentor of curator plaatsvervangende toestemming geven. Ook hier geldt: verzet moet worden gehonoreerd, tenzij er ernstig (somatisch) nadeel aan de orde is. Speelt er gevaar bij een psychiatrische patiënt, dan is er de BOPZ.

Andrea Ruissen - 14:06 @ algemeen