UA-69269769-1

AMEDEA

Consultatie, onderwijs en bij- en nascholing in de filosofie en ethiek van de zorg, geneeskunde en psychiatrie

Welkom op de website van Amedea


Op deze startpagina post ik -ter leering ende vermaeck- kritische aantekeningen bij actuele en minder actuele gebeurtenissen, publicaties of debatten die betrekking hebben op ethiek, filosofie, zorg en/of psychiatrie. Reacties welkom! Kijkt u vooral ook verder op de site, bij het aanbod bijvoorbeeld of de thema's.  


03.11.2017

Kwaliteitsstatuut 2.0

De psychiater maakte een evolutie door van lid van het behandelteam naar hoofdbehandelaar naar regiebehandelaar. Die evolutie moet doorzetten en moet termen als regiebehandelaar, hoofdbehandelaar gaan overstijgen. Het gaat er om wie de rode draad maakt, als het gaat om specialistische psychiatrische zorg (sGGZ of elders).

De psychiater heeft een aantal kerncompetenties. Centraal staat het benaderen van ziekte en gezondheid middels het biopsychosociale model. Het biologische terrein in dit model wordt ingevuld door het arts-zijn, het zijn van medisch specialist. Het psychologisch terrein in dit model wordt uitgebreid aangereikt in de opleiding: veel ruimte voor psychotherapeutische vaardigheden, ontwikkelingspsychologie en leertherapie. Het maatschappelijke terrein komt ook uitgebreid terug in de opleiding en behelst de kennis van wet- en regelgeving, (maatschappelijk en persoonlijk) herstel, arbeidsparticipatie, systeemdenken en dergelijke. Anders dan de andere disciplines in de GGZ is de psychiater dus specialist op al deze drie terreinen.
Daarnaast wordt de psychiater opgeleid middels het CanMeds-model en staat in de opleiding de meester-gezel-relatie centraal. Die opleidingsrelatie maakt dat dokter-zijn verder gaat dan kennen en kunnen, het gaat ook om vorming, om attitude. Dit zijn essentiële onderdelen die een arts arts maken; een professional die middels diagnostiek, indicatiestelling en beleid komt tot uitspraken over ziekte en gezondheid. Het gaat dus niet om klachten die hulpverlening nodig maken en ook niet om problemen die oplossingen vergen, of symptomen waar therapie voor moet komen. Het gaat om de vraag naar ziekte en gezondheid middels de tweetrapsraket diagnostiek-indicatiestelling-beleid en dus om medisch specialistische behandeling.

Deze twee aspecten van het psychiater-zijn maken dat de psychiater de voortrekker hoort te zijn daar waar het specialistische behandeling betreft. Dat vraagt de volgende wijzigingen in het huidige kwaliteitsstatuut.
- Als eerste de disciplines die regiebehandelaar mogen zijn. Dit zijn nu de verpleegkundig specialist, de gz-psycholoog, de klinisch psycholoog, de verslavingsarts, geriater, of psychiater. Dit zou moeten worden aangevuld met de aios en de anios en ook de (ervaren) SPV hoort hier bij. Er zijn namelijk geen fundamentele verschillen te bedenken met betrekking tot de verantwoordelijkheid die een ggz-professional kan dragen tussen bijvoorbeeld de gz-psycholoog en een aios (beide 4 jaar gestudeerd en 2 jaar post-academisch onderwijs), of tussen de verpleegkundig specialist en SPV (beide HBO+). 
- Als tweede de taken van de regiebehandelaar. Daar hoort bij het bewaken van de integraliteit van de behandeling, het vaststellen van het behandelplan en het voeren van de DBC. Deze drie taken zouden uit het pakket van de regiebehandelaar gehaald moeten worden en weer standaard gerekend moeten worden tot het domein van de psychiater. De vraag of iemand in aanmerking komt voor onder de zorgverzekeringswet verzekerde zorg, kortom, de vraag naar of er een DBC geopend moet worden of blijven, is primair een vraag naar ziekte en gezondheid. Deze vraag hoort, zoals boven al betoogd, bij de arts, en in de specialistische GGZ bij de medisch specialist thuis. De integraliteit van de behandeling en daarmee ook het vaststellen van het behandelplan kan alleen gebeuren door die professional die alle domeinen van het biopsychosociale model voldoende beheerst, dus naast medicus, ook voldoende opgeleid is in de psychotherapie en ontwikkelingspsychologie en de sociale kaders inclusief wetgeving kent en kan toepassen. Dit is wederom per definitie de psychiater.

De roep om kwaliteitsstatuten, regiebehandelaars en eerder hoofdbehandelaars komt voort uit een begrijpelijke intuïtie dat alleen die zorg die echt nodig is, vergoed zou moeten worden. In het kwaliteitsstatuut is dit ‘passende zorg’ gaan heten en geëffectueerd in de eis dat regelmatig geëvalueerd moet worden of er nog wel sprake van is voldoende gezondheidswinst. Ook staat beschreven dat bij non-respons op de in het behandelplan beschreven beleid, de psychiater geraadpleegd moet worden. Het kwaliteitsstatuut erkent dus dat niet alleen bij het starten of doorzetten van behandeling, maar juist ook bij het staken ervan een centrale rol is weggelegd voor de psychiater. Reden te meer om de psychiater, los van termen als regiebehandelaar, hoofdbehandelaar of medebehandelaar, de centrale rol te laten spelen daar waar het diagnostiek, indicatiestelling en het uitzetten van beleid in de specialistische psychiatrische zorg betreft.

Dat betekent natuurlijk niet dat de psychiater alles zelf moet gaan doen. Net zoals een oncoloog een deel van de diagnostiek uitbesteedt aan de radioloog en de patholoog-anatoom, en een deel van de behandeling aan de radiotherapeut, fysiotherapeut en het verpeegkundig team en advies vraagt aan de medisch-microbioloog bij een onverhoopt infect, zo besteedt ook de psychiater psychodiagnostiek (als aanvullend onderzoek ná een psychiatrisch onderzoek) uit aan een psycholoog, en wordt de behandeling in sommige gevallen grotendeels uitgevoerd door sociaal psychiatrisch verpleegkundige, a(n)ios of psychotherapeut. Deze disciplines kennen een eigen verantwoordelijkheid die zij in hoge mate zelfstandig kunnen nemen. De 17 punten zoals nu genoemd in het kwaliteitsstatuut die bepalen wanneer niet-psychiaters toch een psychiater moeten raadplegen (zoals crisis, suïcidaliteit, gevaar, ECT, BOPZ, medicatie, non-respons) kunnen komen te vervallen, want die zijn of overbodig of blijken als vanzelf uit de nieuwe taakindeling.

Kortom, het uitbreiden van het aantal disciplines dat het regiebehandelaarschap mag voeren, en het geven van meer professionele autonomie aan deze disciplines doet recht aan hun kwaliteiten en expertise. Het onderbrengen van de integraliteit, het vaststellen van het behandelplan en het voeren van de DBC in de specialistische GGZ bij de psychiater doet recht aan de kerncompetenties van de psychiater en diens rol als medisch specialist.

Andrea Ruissen - 08:44 @ algemeen | Een opmerking toevoegen